Sponsoren

Een stukje geschiedenis:


Sleden zijn misschien wel de eerste getrokken en geduwde vervoermiddelen geweest en ook na de uitvinding van het wiel zijn ze, nog heel lang zelfs, in gebruik gebleven. Niet alleen op sneeuw of ijs, maar ook op klei- en veengronden. Bij regenachtig weer zakten daar de boeren-wagens met hun wielen in de modderige bodem, terwijl de slee dóór en over de modder heen kon glijden.
Ook werd in de winterdag menig bakslede (looike) ingezet door de bakker en andere kleine neringdoenden om zodoende toch de klanten te kunnen bedienen en de handelswaar te kunnen blijven uitventen.
Pas toen het landbouwpaard het veld moest ruimen voor de tractor, verdween de slee van het toneel.

 

Een bijdrage van Erik Eshuis over de verschillende typen arren en sleden.

 

slede.jpg

IJsvermaak in Nederland:
Vroeger had vrijwel iedere boer en vele andere paardenhouders ergens een ar of slede staan, met de daarbij behorende met bellen en pluimen versierde tuigen natuurlijk.
Tussen de types arren die in de diverse streken van Nederland in gebruik waren, bestonden grotere of kleinere verschillen, maar meestal voor twee personen: ‘’ één zitplaats voor de dame en achterop plaats voor de heer die de leidsels voerde.
De vaak prachtige boegbeeldjes (vaak half mens half dier) werden vaak apart door een “beeldsnijder” vervaardigd, terwijl de beschildering vaak het werk was van een gespecialiseerde schilder.

arretikker.jpg

De kleine arretikkers waren uitsluitend voor plezierritten bestemd en lag er een dik pak sneeuw op de wegen of een dikke ijslaag op de sloten dan werd het paard op scherp gezet, de bellentuigen uit de kast gehaald een bosje stro in de klompen gedaan en werd er genoten van sneeuw en ijspret. Indien de ar op sneeuw gebruikt werd gebruikte men extra “glij-houten” die men d.m.v. beugeltjes onder de bestaande glij-ijzers bevestigde om zo te voorkomen dan bij onvoldoende sneeuwdikte de glij-ijzers zouden slijten. In de meeste gevallen zijn deze glij-houten zoekgeraakt; op deze manier is ook wel op sneeuw te glijden maar normaliter gleed men alleen op ijs op de glij-ijzers.
De in Nederland vervaardigde sleden hadden meestal voetremmen, de zgn. “sporen” en deze werden ook meestal alleen op het ijs gebruikt om uitzwaaien in de bochten te voorkomen. In de grote steden werd ook gebruik gemaakt van de groot uitgevoerde sleden met een bokzit de zgn. “koetsierssleden”.
slede1.jpg