Sponsoren

 

slede.jpg

IJsvermaak in Nederland:
Vroeger had vrijwel iedere boer en vele andere paardenhouders ergens een ar of slede staan, met de daarbij behorende met bellen en pluimen versierde tuigen natuurlijk.
Tussen de types arren die in de diverse streken van Nederland in gebruik waren, bestonden grotere of kleinere verschillen, maar meestal voor twee personen: ‘’ één zitplaats voor de dame en achterop plaats voor de heer die de leidsels voerde.
De vaak prachtige boegbeeldjes (vaak half mens half dier) werden vaak apart door een “beeldsnijder” vervaardigd, terwijl de beschildering vaak het werk was van een gespecialiseerde schilder.

arretikker.jpg

De kleine arretikkers waren uitsluitend voor plezierritten bestemd en lag er een dik pak sneeuw op de wegen of een dikke ijslaag op de sloten dan werd het paard op scherp gezet, de bellentuigen uit de kast gehaald een bosje stro in de klompen gedaan en werd er genoten van sneeuw en ijspret. Indien de ar op sneeuw gebruikt werd gebruikte men extra “glij-houten” die men d.m.v. beugeltjes onder de bestaande glij-ijzers bevestigde om zo te voorkomen dan bij onvoldoende sneeuwdikte de glij-ijzers zouden slijten. In de meeste gevallen zijn deze glij-houten zoekgeraakt; op deze manier is ook wel op sneeuw te glijden maar normaliter gleed men alleen op ijs op de glij-ijzers.
De in Nederland vervaardigde sleden hadden meestal voetremmen, de zgn. “sporen” en deze werden ook meestal alleen op het ijs gebruikt om uitzwaaien in de bochten te voorkomen. In de grote steden werd ook gebruik gemaakt van de groot uitgevoerde sleden met een bokzit de zgn. “koetsierssleden”.
slede1.jpg