Sponsoren

door André Meulenkamp. Maandag 29 december jl. organiseerde de Koets’n Keerls weer hun jaarlijkse clinic. Dit keer was het Menke Steenbergen die een interessante lezing gaf over de teugeldrukmeter.  Dit apparaatje, bevestigd tussen teugels en bit, meet exact de druk die, in ons geval, de menner overbrengt.

Toen ik hiervan tijdens de afgelopen zomermaanden hoorde was juist in Brazilië het WK voetbal gaande. De discussie over de “doellijntechnologie” voerde weer de boventoon. Wel of niet? Conservatief of vooruitstrevend? Innovatief? Hoewel nog niet op het WK toegepast wordt er toch steeds nadrukkelijker over gesproken en lijkt invoering geen jaren meer te duren.

De vertaalslag naar een “teugeldrukmeter” is niet zo groot. Sommigen zullen sceptisch zijn: “wat moet ik hiermee?”, “mijn paard heeft veel druk nodig, dan showt hij veel beter”!, “ik kan ook zo wel zien of ik te weinig, genoeg of te veel druk geef”.

Anderen daarentegen zullen juist nieuwsgierig zijn naar de (on)mogelijkheden.

Ikzelf behoor tot de laatste groep en gelukkig een honderdtal anderen die op deze maandagavond aanwezig waren bij de Hoffmeijer in Delden.

De avond werd begonnen met een “theoriedeel” waarbij Menke aan de hand van filmvoorbeelden liet zien hoe de teugeldrukmeter registreert en hoe vervolgens de geproduceerde grafische weergaven gelezen moeten worden. Het rijden met gelijke druk op beide leidsels werd haarfijn duidelijk. Maar niet alleen dat. Ook paarden met een onregelmatigheid werden snel getraceerd. De onregelmatige grafieken gaven een indicatie die met het blote oog niet altijd even zichtbaar waren. Zo werd de meter dus ook voor diagnosestelling ingezet.

De meest interessante discussie ging natuurlijk over: wat is de juiste druk, wanneer heb je te veel teugeldruk. De belangrijkste uitkomst: er is geen eenduidig en correct antwoord. Blijkbaar rijden er ruiters die met 2 tot wel 20kg druk rijden. Daarnaast rijden bijvoorbeeld renpaarden met nog meer druk. De huidige meters registreren tot 20 kg, het bleek niet genoeg voor deze branche. Natuurlijk is ook het type, karakter en de sensibiliteit van het paard zeer belangrijk.

Interessant was zeker ook hoe een topdressuurruiter door training met steeds minder druk  kan rijden. Door drukvermindering als beloning te gebruiken wordt het paard getraind om datgene te doen wat gevraagd wordt.  Hoe hoger de graad van africhting, hoe minder druk.

Ook veel menners wensen op deze wijze te rijden. Daarom werd aansluitend aan het theorieblok door Lieke van Amerongen en mij in de praktijk het rijden met de teugeldrukmeter toegepast. Duidelijk werd dat het rijden met gelijke druk en het op tijd verminderen van de druk niet altijd even gemakkelijk is. Bovendien is de hoeveelheid druk in de verschillende gangen blijkbaar nogal divers. Het werd dus ook in de praktijk duidelijk dat er “nog” geen eenduidig antwoord is op de vraag: wat is de juiste teugeldruk?

Om enigszins in de buurt van een antwoord op deze vraag te komen is de teugeldrukmeter een innovatieve methode die nu eens feiten registreert waardoor interessante data ontstaat die ons misschien kan ondersteunen om nog beter met paarden om te gaan. Hoe dit verder gaat? Dat zullen we de komende jaren zien. Dat de sport in ontwikkeling is en blijft is alleen maar goed voor paard en rijder. Hierbij nog enkele foto's met dank aan Melanie Lescher

 

Interessante links:  www.centaur.pro en www.teugeldrukmeter.nl